Volgens de RICHTLIJN OVERDRACHT VAN MEDICATIEGEGEVENS IN DE KETEN geldt de volgende basis als een veilige overdracht.

Elke zorgaanbieder/zorgverlener stelt samen met de collega-zorgverleners voor zijn lokale situatie een protocol ‘overdracht van medicatiegegevens’ op, dat gebaseerd is op deze richtlijn en voor de eigen situatie aangeeft op hoe de overdracht van medicatiegegevens en daarmee de beschikbaarheid van een actueel medicatieoverzicht in het zorgverleningproces is verankerd. Dit protocol wordt geborgd in het veiligheidsmanagementsysteem of het kwaliteitsysteem van elke betrokken zorgaanbieder/zorgverlener en zorgt ervoor dat wordt voldaan aan het volgende:

  1. Bij elk contact met een voorschrijver is er altijd een actueel medicatieoverzicht beschikbaar waarop het medisch handelen wordt gebaseerd.
  2. Bij een spoedopname is er zo snel mogelijk, maar zeker binnen 24 uur, een actueel medicatieoverzicht beschikbaar.
  3. Bij overdracht naar de volgende schakel is zo snel als nodig is voor verantwoorde zorg, maar zeker binnen 24 uur, het actuele medicatieoverzicht beschikbaar.

Als mogelijke basis voor de protocollen zijn handreikingen voor zes verschillende overdrachtsituaties bij deze richtlijn gevoegd. Zorgaanbieders/zorgverleners kunnen hiervan afwijken als de specifieke lokale situatie dat vraagt.

Wet- en regelgeving

De richtlijn is opgesteld binnen de geldende wet- en regelgeving. Met name de volgende onderdelen
zijn essentieel:
1. Er is toestemming van de patiënt verkregen voor het opvragen, inzien, gebruiken en bijwerken van
medicatiegegevens door behandelaar(s) (Wet bescherming Persoonsgegevens – WPB)).
2. De patiënt is bij en na elk contact met een voorschrijver adequaat geïnformeerd over de
(gewijzigde) medicatie (Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst – WGBO).
3. De zorgaanbieder/zorgverlener is systematisch en aantoonbaar bezig met het verbeteren van de
patiëntveiligheid rondom de overdracht van medicatiegegevens en heeft de verantwoordelijkheden
en bevoegdheden hieromtrent goed vastgelegd (Kwaliteitswet zorginstellingen en Wet BIG).

Verantwoordelijkheden bij de overdracht van medicatiegegevens

Hieronder zijn de verantwoordelijkheden van de verschillende betrokkenen (zorgverleners en
patiënten) bij de overdracht van medicatiegegevens beschreven. Verantwoordelijk zijn betekent dat de genoemde betrokkene zelf voldoet aan het gestelde, of het zorgverleningproces zodanig organiseert dat voldaan wordt aan het gestelde. De patiënt is hier ook vermeld, aangezien deze continue betrokken is en mede verantwoordelijkheid draagt.

  • De patiënt heeft recht op inzage in en recht op een kopie van zijn volledige dossier en gegevens en heeft als enige het recht om anderen toestemming te geven tot inzage in, opvragen, gebruik en bijwerken van zijn dossier. De patiënt is verantwoordelijk alle informatie over zijn gezondheidstoestand te geven die relevant is voor de zorgverlening. Hij geeft en vraagt actief informatie over daadwerkelijk gebruik van alcohol, drugs, zelfzorgmiddelen, additionele voedingsmiddelen en voorgeschreven geneesmiddelen. De patiënt kan een wettelijke vertegenwoordiger hebben die in diens plaats treedt indien hij niet aanspreekbaar is en niet in staat is om zijn eigen belangen te behartigen.
  • De voorschrijver is verantwoordelijk zich ervan te vergewissen dat hij tijdens een consult het meest actuele medicatieoverzicht heeft. Hij is tevens verantwoordelijk voor het registreren van alle door hem geïnitieerde wijzigingen in de medicatie.
  • De apotheker is verantwoordelijk voor het veilig ter hand stellen en bewaken van de aan de patiënt voorgeschreven medicatie. Hij organiseert de processen zodanig dat het medicatieoverzicht altijd actueel is bij elk overdrachtsmoment van een voorschrijver naar de volgende voorschrijver.
  • De zorgaanbieder/de zorgverlener is verantwoordelijk voor het leveren van verantwoorde zorg. In het kwaliteitssysteem moet vastliggen op welke wijze (hoe, waar, wanneer en door wie) gegevens met betrekking tot voorschrijven, ter hand stellen, bewaken en toedienen van geneesmiddelen worden vastgelegd en overgedragen.